Voor een nieuwe Randstadprovincie en Semi-sneltramwegen zie de pagina Centraal-Holland



(Door financieele problemen die ons onverwacht hebben getroffen is ons stemadvies niet eens tot een afgeronde vergelijking van de voornaamste programma’s gekomen. Wij geven hier wat we hebben in de hoop dat nog iemand er wat aan heeft. Zodra onze aandacht weer op de politiek kan worden gericht hopen we met verdere voorstellen te komen. Maar hier zijn dan toch een paar pagina’s).

De Wanhoop van de Verkiezingsprogramma’s

De wanhoop van de verkiezingsprogramma’s! Hier en daar zijn puntjes uit het programma van de Sociaal-Liberale Partij gepikt, maar geen een partij verlangt een culturele renaissance waarmee we in staat zouden zijn onze globalisering en de inburgering van nieuwkomelingen in goede banen te leiden.

Geen een programma is een hecht, consequent bouwwerk. En dan zijn de meeste zo globaal, zo hyperglobaal, dat ondanks alle beweren van het tegendeel het individuele uit het beeld verdwijnt.


De programma’s zijn burgerlijk-regenteske vertoningen. De aandacht ligt bij de Nederlandse economie met veel verschil van mening of de AOW-leeftijd nu naar 65½ of 66 of 66½, 67 of misschien wel naar 67½ moet. Ten eerste nemen we deel aan de Euro, en ten tweede zijn er ook zoveel onbekende parameters van de binnenlandse economie, dat het geheel een schertsvertoning is. Het enige wat we kunnen en moeten doen is afspreken welke andere factoren, zoals belastingpercentage, BTWhoogte, hypotheekrenteaftrek, kosten verbetering onderwijs in taal, geschiedenis, gebouwd milieu, enzovoorts: in andere woorden, in de humaniora, we maximaal en minimaal willen meewegen. En dat we bereid zijn de tering naar de nering te zetten indien door de globale ontwikkeling onze prognoses te optimistisch zijn geweest.

Huiveringwekkend griezelig ondoordacht en onsamenhangend zijn verschillende voorstellen voor constitutionele vernieuwingen. Voorstellen om het aantal kamerleden te verminderen schijnen alleen ingegeven door de wens de opkomst van nieuwe partijen te verhinderen. De SP concentreert zich op de verdeling van inkomsten en uitgaven terwijl haar constitutionele voorstellen (zoals afschaffing van de monarchie) geheel uit het beeld verdwijnen. Te contentieus? We zijn nu bij Groen Links terechtgekomen, maar dat wil als een dolzinnige alles tegelijk overhoop halen: Eerste Kamer afschaffen, Tweede kleiner maken (maar geen idee hebben dat ze dan meteen terug zou kunnen naar de oude zaal, die physiek (menselijke afstanden), historisch (hier werd de eerste grondwet opgesteld, hier werd sindsdien vergaderd) en aesthetisch (zoals we zullen uitleggen) zo met ons land is verbonden. D’66 idem dito, maar met het geschifte idee het werk van de Eerste Kamer aan “deskundigen” over te laten.

Niemand wil het “dualistische systeem” van raadsleden en wethouders aanpakken. Ten eerste ontstaat hierdoor een tussenlaag van klerken, een zoveelste bestuurslaag, en verder is het systeem rampzalig voor diensten als bouw- en woningtoezicht omdat de wethouders gewoon uit de landelijke pot worden gerecruteerd, van de plaatselijke omstandigheden vaak niets weten en hun eerste affiliatie die met de landelijke partij is (vliegen ze in Lutjebroek eruit, geeft niets, dan worden ze gewoon in Grootegastermond benoemd). Een extra bestuurslaag die een verkokerd partijsysteem ten goede komt, maar niet de burgers.

EU-ontwikkelingen die ons allemaal treffen worden zelfs niet aangestipt. Dat is te lastig. Maar of en hoe Griekenland wordt geholpen treft ons allemaal. Geen een partij komt met een voorstel. Om het dilemma kort weer te geven : geven we Griekenland de kans de Eurozone te verlaten (waarvan zijn economie maar een drie procent uitmaakt), dan kan het devalueren en zijn economie opkrikken zonder extreme bezuinigingen (waarvan het overigens de vraag is of het die haalt). Tegen zijn de bankiers van de rijke Euro-landen, die op hun leningen aan Griekenland minder terug zouden krijgen. Maar dat is toch een normaal risico? (Ik heb eens als kleine spaarder wat Australische obligaties gekocht en daar tenslotte de helft voor teruggekregen. Hoort men mij roepen dat men Australie had moeten out-bailen zodat alle belastingbetalers van Nederland ervoor hadden gezorgd dat ik alles terugkreeg?). De Euro waar men niet uit kan blijkt nu onverhuld een neo-liberaal concept, zodat wij met ons allen het risico van de grote bankiers overnemen. Tel uit je winst!

Over de aansluiting van Turkije bij de EU ontbreekt alle realiteitszin. Zacht gefemel van Femke Halsema’s partij dat Turkije lief moet zijn en zo… Intussen drijft Turkije af richting Iran, echt Femke, dan kunnen we hoogstaande praatjes houden, maar het enige wat we bereiken is dat we Duitsland en Frankrijk meer schijnargumenten geven om tegen opneming te zijn.

Neem nu de VVD en haar verlangen de hypotheekrenteaftrek intact te laten. Is dat nu liberaal? is dat het vrije spel van economische krachten? och Heere neen! Dat is gewoon dirigisme, neo-liberaal dirigisme waarbij niet zoals in Stalin’s Sovjet-Unie de kaasschaaf over de toppen gaat, maar waarbij juist de toppen het meest profiteren van het staatsdirigisme en de modale burger een kunstmatig hoge hypotheekrente betaalt.

En D66 is alweer “anders”. Hoe vaak hebben we dat nu al meegemaakt! Sommige punten, zoals de gekozen burgemeester komen oppervlakkig gezien dicht bij de standpunten van de Sociaal-Liberale Partij, maar missen de uitwerking die ze tot meer dan loze kreten moet maken. Moet dan niet meteen de functie van de burgemeester opnieuw worden gedefinieerd, waarde vriend Pechtold? Zou het misschien de transparantie en de democratie (en de scheiding der machten) niet ten goede komen om dan de (voor het Ministerie) pottenkijkerige taken over te hevelen naar een ambtenaar als bijvoorbeeld de gemeentesecretaris? Die wel verantwoording aan de gemeenteraad moet afleggen, maar niet door de grillen van de politiek bij de verkiezingen zou kunnen verdwijnen.

En dan die onderwijsparagraaf van Ronald Plasterk van de PvdA, die aan gebrek aan innerlijke cohaesie te gronde gaat. Aan de ene kant de oude, bevoogdende, educatieve SDAP-er, aan de andere kant de gewenste, strikt mercantiele winstgevendheid van de musea! Het spel van vrije maatschappelijke krachten in de culturele sector. Hij wil een kreupele balans als (noodzakelijk geachte) vernieuwing propageren. En dan missen we nog de habituele bliksemafleider van alweer een nieuwe (ook al volgens het schema nieuw = goed), kortom weer een nog nieuwere, nog debieler, nog deutschfreundlicher en nog gallophobere spelling! Verkoop zo een spelling als wetenschappelijk en er is geen een kamerlid dat zich afvraagt wat er nu eigenlijk wetenschappelijk aan deze of gene spelling is, of dat, omgekeerd, de snuggere inval krijgt te informeren waarom een spelling eigenlijk wetenschappelijk moet zijn.

Het stemadvies wordt moeilijker dan ooit. Laten we ons advies tot een enkel belangrijk punt reduceren. Essentieel is goed onderwijs – dat is, zo als het zo mooi werd uitgedrukt algemeen vormend. Bij elke partij lezen we prachtige verklaringen dat er meer aan het onderwijs moet worden uitgegeven, maar waar blijven de humaniora? Bij elke partij is er het gevaar dat alleen maar meer wordt uitgegeven aan de informatietechniek. Het is geld in de bodemloze put van de waan van de dag smijten! Waarom doet de industrie dat niet zelf? Vroeger had je, om maar iets te noemen, het fameuze natuurkundige laboratorium (het “Nat-Lab”) van Philips. Waarom verwacht de industrie investeringen van de overheid die ze zelf zou moeten doen? Bovendien ontwikkelt die informatietechniek zich zo snel dat elk groot bedrijf zijn bijscholingscursussen heeft. Uiteraard blijven er terreinen over waar universitair (post-doctoraal) onderwijs gegeven moet worden en research kan plaatsvinden. Maar ook daar lopen de kosten zo gigantisch op dat men gedwongen wordt tot keuzes en internationale samenwerking.

Is het geen uitdaging voor het Ministerie om te proberen tot een evaluering, ik zeg niet eens quantificering, van de humaniora te komen? Het effect op onze geestelijke ontwikkeling van goed taalonderwijs proberen te schatten, niet alleen in het Engels, maar ook in de classieke talen zoals Latijn en Grieks en het (helaas al bijna “classiek” te noemen) Frans en Italiaans? Nu zien we de PvdA worstelen met zo iets eenvoudigs als het meervoud van het woord “crisis”. Alleen al het Engelse meervoud (crises, zoals in het Latijn) zou hun de weg kunnen wijzen. Nu staat er op p. 73 van hun programma iets armzaligs als “De klimaat- en voedselcrisis [hier is het enkelvoud genomen] raken [hier is het meervoud genomen] velen.” Jammer dat zo een sukkelachtigheid, misschien een drukfout, afleidt van zo iets ernstigs.

Veel erger nog, ronduit miserabel en beschamend, is wat schrijver dezes een jaar of tien geleden al is overkomen bij een opvoering van de Lucifer verweg Vondels meest dramatische en speelbare toneelstuk, maar wat hij hier zegt geldt ook voor de Gijsbert en zijn andere poezie – het bleek ten eerste dat de regisseur geen greep had op de materie en het spelen in een rotzooi liet ontaarden, en ten tweede dat van alle spelers er maar één Vondels verzen correct, mooi en met gemak wist uit te spreken… Dat was Sacha Bulthuis, en nu zij is overleden is er bij die gerenommeerde (!) toneelgroep De Appel niemand meer die Vondel kan spelen…

Dat ligt niet aan de spelers. In de eerste tientallen jaren na de Oorlog, toen men had begrepen hoe nodig het onderhouden van het nationale erfgoed is voor de sociale samenhang en het gezamenlijk deel hebben aan de cultuur, zijn er talloze prachtige voorstellingen geweest. Van Vondel, van Brederode, van Tshechof, en van het moderne repertoire waar ik b.v. Han Bentz van den Berg en Ank van der Moer Twee op de Wip (Two for the Seesaw van William Gibson) heb zien spelen. Het stuk was op hun lijf geschreven en het ging zelfs beter dan de (tweede) Londense voorstelling. Dat het niet meer gaat ligt niet aan de acteurs, maar aan de regisseurs, die door de vervlakking van het onderwijs en de zucht naar “nieuw, nieuw, nieuw” geen enkel begrip meer hebben voor iets dat ouder is dan twee, drie jaar.

Essentieel is het milieu – maar geen enkele partij beseft dat daarbij het gebouwde milieu hoort, waarin we ons elke dag moeten bewegen, waarin we in de eerste plaats leven, waarin de geschiedenis speelt, de continuiteit zichtbaar is die ons gevormd heeft, ons tot Nederlanders maakt, en niet tot globalisanten zonder culturele wortels.

Laten we een in het oog lopend voorbeeld van ons gebouwde milieu nemen en beginnen met de ellendigst denkbare expressie van de moderne gelijkgeschakelde mens, het gebouw dat uitdrukking moet zijn van onze burgerlijke democratische traditie, ons nationale parlement.

Had het parlement nu maar geluisterd naar Annelien van de Kappeyne van de Copello!

Wij komen aan op het Binnenhof, in het gezicht van de Grote Zaal (romantisch wel de Ridderzaal genoemd) die Willem II en Floris V hebben gebouwd in de dertiende eeuw als teken van hun macht en van de consolidatie van het Graafschap Holland, dat, zoals alle lezers die nog algemeen vormend onderwijs hebben genoten weten, de kern is geweest waaruit tenslotte de Republiek (1581-1795) en, sinds 1813, het huidige Koninkrijk der Nederlanden zijn ontstaan.
In de 19de eeuw is de Zaal verknoeid met een ijzeren kapconstructie, maar aan het eind van die eeuw is de kap gelukkig gereconstrueerd. Zo te zien een toonbeeld van historisch bewustzijn.
Wij zien naar het gebouw aan de linkerkant, waar de Zaal ligt die de Staten van Holland in de jaren 50 van de 17de eeuwhebben gebouwd om uitdrukking te geven aan het feit dat zij de regering van de Republiek vormden en dat de Stadhouders niet moesten denken dat ze meer waren dan legeraanvoerders. Onze eigen condottieri. Net twintig jaar heeft dat Eerste Stadhouderloze Tijdperk het kunnen uithouden. Thans vergadert de Eerste Kamer er en de Zaal is verminkt door twee balcons die nodig weer verwijderd moeten worden. We wenden ons nu naar rechts, waar aan het eind van de 18de eeuw Stadhouder Willem V zijn Balzaal heeft gebouwd, die, zoals iedereen die zijn geschiedenis ook maar een beetje kent in 1795 aan de wieg stond van de Bataafse Republiek en onze eerste grondwet.Als opvolgster van de grondwetgevende vergadering heeft onze Tweede Kamer er zo een honderd-en-vijftig jaar vergaderd.

En had het parlement nu maar geluisterd naar Annelien van de Kappeyne van de Copello!

Maar zo ging het niet, ach heden neen!Neen, neen, die Balzaal was te klein (je kon er bijvoorbeeld gemakkelijk interrumperen!) en er moest een moderne architect worden aangezocht om een nieuwe, grote zaal te fixen.

Je moet dus het Binnenhof weer uit- en om- en rondlopen om ergens, helemaal aan de Lange Poten of zo een ingang te vinden. Eerst loop je dan langs wat vroeger de Hofcingel was en waar enkele aardige achttiende-eeuwse huizen stonden. Die zijn gesloopt en er voor in de plaats is toch iets gekomen dat het hart sneller doet kloppen! Halfrond springt daar de ZAAL van de TWEEDE KAMER naar voren, alsom den volke te tonen dat hier die ronde arena is waar de afgevaardigden hun weldadige wetgevende arbeid verrichten en de regering controleren bij de uitvoering der wetten.

De helft van de Zaal springt vooruit als een reusachtige munt die halfverwege in een slotmachine zit, om symbolisch te tonen dat volk en vertegenwoordigers hier elkaar raken, dat hier je zaken worden behartigd.

Je wordt dus allemachtig nieuwsgierig naar de draaizijde van de munt, maar eerst moet je de hoek nog ronden waarop een hoog gebouw echt torent. Het lijkt in volume wel een pendant van de Mauritstoren op de andere hoek van het Binnenhofcomplex. Maar die toren was de uitdrukking van Maurits’ macht, Maurits, die zoals we weten in 1618 de wet verzette en de macht greep! Neen, deze toren symboliseert de mediamacht, hij herbergt de journalisten. De architect heeft wat geworsteld met de bekleding, die is in natuursteen die vlak naast de ingang in vreemde slappe druipsteenvormen ontaart – groezelig hoor! Symboliseert dat nu de nieuwe “sleaziness”, de stroperige ondoorzichtigheid van het regeringsgebeuren en bijbehorende koffiedikkijkerij van de verslaggevers of is het gewoon dat de architect, zoals alle moderne architecten, geen weet heeft van wat natuursteen eigenlijk is en dat je daarmee niet kunt kleien als een kind op de Froebelschool? We gaan naar binnen vol verwachting naar de andere kant van die grote glanzende schijf, sorry, Zaal! Waar is die andere kant nu? We bevinden ons op een typische restruimte tussen de randbebouwing van het blok en we moeten nu toch van af de Hofpleinkant die zaal die we net hebben gezien naar binnen zien buigen. Gefopt! Dat is een teleurstelling! De belofte van de buitenkant wordt niet waar gemaakt! Hier is gewoon niets !

Had het parlement nu maar geluisterd naar Annelien van de Kappeyne van de Copello! Maar zo is het niet gegaan, ach heden neen! Annelien had in de Balzaal willen blijven. En nog een paar parlementariers vonden dat een goed idee.

Maar neen, nu komt het Parlement bijeen in een Zaal die in elk opzicht het tegendeel is van wat een democratie verlangt. De hoofdvorm alleen al. Zitten de volksvertegenwoordigers daar in het halfrond, dat niet doorloopt maar letterlijk stuit tegen de regeringsmuur. Stuitend. Zeer ondemocratisch zitten de leden van ons illuster Parlement ook veel te ver van elkaar. Een zaal waar met een beetje inschikken wel vijfhonderd man in zou kunnen. Maar neen, lekker geisoleerd zitten ze daar. Het interrumperen is onmogelijk geworden en vervangen door een wel geregeld, van te voren besproken optreden. Waar blijft de spontaniteit van de snelle reactie? Haast opzettelijk is de acoustiek van deze veel te grote zaal zo dat alle opmerkingen in de ruimte worden gesmoord. Alleen wie net aan de microfoon mag spreken komt aan bod.

Is deze zaal al een pover vertoon van democratie, elders in de binnenplaatsoverkapping is het niet veel beter. Een pielige roltrap voert naar boven. Ze is zo smal dat inhalen onmogelijk is en iemand die actief is gedwongen wordt het tempo van de langzaamstgaande te volgen of zelfs stupide stil te staan. Symbolisch voor vooral maar niet meer willen presteren dan een ander, vooral niet excelleren en al die andere goede eigenschappen die we gewoon zijn bij onze Volksvertegenwoordigers te vinden!

We haasten ons naar buiten om te zien of er verder aan de buitenkant misschien wat culturele aanpassing aan ons rijke verleden heeft plaats gehad. Want die buitenkant komt heel tot aan het Plein. Op de hoek van de Lange Poten en het Plein vinden we dan een plomp ministeriegebouw dat aan het einde van de 19de eeuw met een Neo-Manieristische stijl onze affiniteit met onze Gouden Eeuw moest tonen, maar dat het helaas alleen al door de viesgrauwe kleur van zijn baksteen laat afweten. Dan hebben we als “culturele” aanpassing nog liever het accurate historische herstel van de Grote Zaal. Nota bene uitgevoerd door dezelfde mannen die hier dat plompe ministeriegebouw (nu onderdeel van het Tweede Kamercomplex) hebben gepropageerd en die, veel erger nog, daarvoor een juweel van onze Gouden Eeuw, het Huis van Constantijn Huygens, hebben laten slopen. De tuin van dat huis bevond zich ongeveer aan het midden van het Plein in de richting van dat andere juweel, het Mauritshuis. Er was laatstelijk het gebouw van de Hooge Raad geplaatst – niet bijzonder fraai, maar met trappen en vriendelijke sculpturen van rechtsgeleerde mannen wel passend voor die hoge functie.

En had het parlement nu maar geluisterd naar Annelien van de Kappeyne van de Copello!
En was het nu maar altijd zo gebleven, maar zo bleef het niet, ach heden neen!

Op deze bijzondere plaats verwachten we een hoogstandje van de architect. Niet iets hoogs of letterlijk groots, maar iets verfijnds en innemends, iets met weinig afstand, iets met een menselijke maat! Hier kon hij laten zien dat we trots kunnen zijn op de menselijke, culturele rol van ons Nederlandse Parlement.

En dan opeens! Pang, boem, kledder – het is alsof je van Rita Verdonk een vuistslag midden in je gezicht krijgt! Een afschuwelijk grof gebouw, groot, grof en gruwelijk, vult daar de ruimte waar eens de Hooge Raad was gevestigd. Waar is hier de menselijke maat?

Is dit een manier waarop de globalisering wordt vormgegeven, dan verzuchten we : « en was het nu maar altijd zo gebleven, maar zo bleef het niet, ach heden neen! »




Het Vriendelijke Gezicht aan het Plein


Weinig respect voor het culturele erfgoed. Paleis Lange Voorhout, Den Haag. Architect Pieter de Swart, 1764.


Men ziet de moderne uitstraling van het Rita Verdonk Gebouw op museumdirecteur Pi van Krimpen die met zijn kokervisie op Escher de Nederlandse pluriformiteit al even erg reduceert als al die globalisten, die, om bij het gebouw van het Nederlandse Parlement te blijven, met hun internationale architectenbureaux overal dezelfde troep bouwen die net in de mode is, ongeacht of die bij de traditionele architectuur past van het land waarin ze toevallig bouwen, en ongeacht de omgeving waar ze bouwen.

Laat ik niet beginnen met de vele tekortkomingen van de nieuwe monumentenwet, maar een van de schrijnendste tekortkomingen (en dat in vergelijking met veel grote, beschaafde Europese landen waar zo iets wel bestaat) moet wel worden genoemd : het ontbreken van ook maar enige zonering. Geen een partij schijnt te beseffen dat een van de belangrijkste componenten van ons nationale erfgoed, het gebouwde milieu, overal ernstig wordt bedreigd.
Bij geen een partij vinden we een doordacht voorstel om de globalisering te verwerken zonder verlies van eigen normen en waarden. Bij geen een partij vinden we uitgewerkte ideeen over een systeem met gekozen burgemeesters, laat staan over gekozen commissarissen des konings. Geen een partij schijnt te beseffen dat inburgering pas aantrekkelijk is wanneer er wat te inburgeren is. Geen een partij is reeel in Europees verband, zeker niet waar Turkije er aan te pas komt. De meeste maken zich er van af met een vermanend moreel hoogstandje in den trant van “Turkije moet eerst maar eens zijn begrotingstekort terugdringen tot …….. (volgt een idioot percentage, meestal veel lager dan wat de landen van de EU zelf hebben, een partij noemt 1% !!) of “eerst de Westelijke Balkanstaten” (Groen Links, heerlijk vaag, welke zijn dat precies? en : hebben we niet genoeg geleerd van het opnemen van Roemenie en Bulgarije?) of : “eerst de mensenrechten en Cyprus”. Tja, hoe staat het eigenlijk met de democratie in Italie en die (overschietende) Oostelijke Balkanstaten? Of zelfs economische bezwaren, zonder dat men beseft dat Griekenland ons veel meer kopsorus bezorgt dan Turkije met zijn veel gezondere economie zou doen? Al jaren geleden keer heb ik geschreven over de brugfunctie van Turkije tussen Oost en West, inmiddels is Turkije bezig
zonder ons (en daarom misschien nauwer dan ons lief is) banden aan te knopen met Iraq en Iran (en Israel is door zijn confrontatiepolitiek bezig al zijn good-will in Turkije te verspelen). Mensen, mensen, vooral Groen Links (par. 28: “Uitbreiding van de Europese vredeszone is een Nederlands belang.” [direct erna, ik zie het verband niet] “Ons land houdt de EU aan haar toetredingsbeloften èn aan haar toetredingsvoorwaarden. De landen van de Westelijke Balkan en Turkije mogen [mijn cursivering] lid worden als zij aan de voorwaarden van democratie, mensenrechten en non-discriminatie voldoen. Ook IJsland, Noorwegen en Zwitserland mogen desgewenst toetreden, onder dezelfde voorwaarden.” En par. 29: “EU-lidstaten die mensenrechten schenden worden daar stevig op aangesproken.”) de zaak wordt zo urgent dat vergelijkingen met Rusland na de omwenteling in Praag in 1948 zich opdringen. De gewetensvraag was “wat moeten we doen indien de Communisten bij onze vrije verkiezingen meer dan 40% behalen?” (dat was trouwens een simplificatie, de Communisten hadden al enige belangrijke posten in de Praagse regering, zoals politie). De comunis opinio was dat we enige ondemocratische maatregelen moesten nemen. En die waren echt heel wat ingrijpender dan wat men bij Turkije door de vingers zou moeten zien, zeker in Europees verband indien de grote lidstaten over stag zouden gaan.

Bij geen een partij vinden we een doordacht voorstel om de globalisering te verwerken zonder verlies van eigen normen en waarden. Ook daarom is de inburgering zo droevig. (A) Stel ik ben een Turk en een vrome Mohammedaan. Ik vind tot mijn plezier dat hier vrijheid van godsdienst en scheiding van Kerk en Staat bestaan en dat de meerderheid der partijen seculier is. So far so good. Alleen Wilders en Rita .. als die samen maar niet meer dan 40% van de stemmen halen. Wij komen op onze vrome Turk terug. En op het onderwijs. Want er is natuurlijk een verband tussen de aantrekkelijkheid, wat zeg ik, de mogelijkheid, van inburgeren (om nare woorden als assimilatie en zo te vermijden, mag ik van acculturatie spreken, lieve lezers?) en goed onderwijs. Zelfs enigszins op nationale leest geschoeid en de new-speak van velen weer vertaald in goed Nederlands (ja, ja, zo moesten wij vertalen, niet enigszins in de richting van (“naar”), maar lekker normatief en waardevast).

Stel ik ben een Algerijn of een Maroccaan. Verder gelijk aan de paragraaf met de (A) erin. En dan. Ik lees par. 57 van Groen Links. Zij luidt: “Er komt een verbod op dieronvriendelijke (sic) ingrepen, zoals het castreren van biggen.” Hm, van toekomstige beren toekomstige bergen maken in algemeen beschaafd Nederlands. En: niet vriendelijk voor dieren. Ik heb “sic” achter het Groen-Linkse adjectief geplaatst omdat wij op school niet zulke lelijke vormen mochten gebruiken. De leraren vonden zulke vormingen maar Germanismen, erg deutschfreundlich. Ik worstel zo met de wolligheid en de onnozelheid van de programma’s (waaraan geen politicus zich gaat houden, altijd met het excuus dat de economie anders uitpakt) dat ik even een grapje moet inlassen. Het is van 2009, uit de strip Sigmund van Peter de Wit in de Volkskrant. Je ziet twee in burqa’s gehulde vrouwen met elkaar praten. Eerste plaatje, ene vrouw « In Afghanistan werd ik verkracht en geslagen en op mijn veertiende uitgehuwelijkt ». Tweede plaatje, andere vrouw « Wat een verhaal! Gelukkig ben je nu in Nederland ». Laatste plaatje, ene vrouw weer « Maar hier is het onderwijs weer zo slecht ».Om bij ons snijden te blijven. In het Saksisch van de Achterhoek : het poggensniden. Onze Maroccaan of Algerijn of Tunesier is een doordenker. Stel je voor dat ze de besnijdenis ook zouden willen verbieden! Stel je gerust, mijn Mohammedaan. Aan de atavistische, onaesthetische besnijdenis van moslimkindertjes wordt niet gedacht! Bij Groen Links heerst nog het feministische, matriarchale idee dat deze de menselijke integriteit aantastende gewoonte onbespreekbaar is. Zelfs over wederbesnijders (gelovigen die de besnijdenis pas bij volwassenen en met hun consent toepassen) wordt daar niet gesproken! Stel je voor, welke orthodoxie nog meer vereist de besnijdenis van jongetjes?

De onnozelheid van deze groen-linkse paragraaf wordt dan weer overtroffen door de regenteske, het establishment continuerende manier waarop ze de Eerste Kamer willen opheffen (punt 7 in zijn geheel: “De Eerste Kamer wordt afgeschaft”. C’est tout.) en de Tweede Kamer “kiest de (in)formateur en de minister-president”. Fijn onderonsje. Dat was nu bepaald niet ons voorstel.

Eindelijk dringt het tot de meeste partijen door dat een aantal grondwetswijzigingen essentieel is.

Eerst zijn daar wetswijzigingen die het establishment (vooral de grote partijen) tot stand heeft gebracht na de jaren van de studentencontestaties van eind jaren 60. Die schaffen bijvoorbeeld alle (beroeps)mogelijkheden af met welker gebruik de leden van die partijen op de kussens zijn gekomen (en ruim misbruik, ik geef het toe, maar de democratie is nu eenmaal omslachtig en dan moet men maar leren met democratisch geformuleerde wetten zijn doel te bereiken en misbruik te voorkomen).
Door een Constitutioneel Hof (waarop wij al sinds onze oprichting aandringen, zie elders op deze web-site) was bijvoorbeeld de “elastieke bepaling” in de Algemene Wet Bestuursrecht nooit goedgekeurd. De bepaling (art.1:2, lid 3) spreekt van “feitelijke werkzaamheden” wat de rechterlijke colleges de gelegenheid geeft het begrip “belang” dat men bij iets moet hebben om in beroep te komen geheel naar eigen inzicht vast te stellen. Een Constitutioneel Hof wordt nu eindelijk voorgesteld door D66 en de PvdA komt een vaag eindje in die richting waar ze spreekt van “opheffing van het toetsingsverbod”. Beide partijen spreken van het “mogen” toetsen door “de rechter” (van iets, wat? een uitspraak op een beroep dat die rechter zelf behandelt?) aan de Grondwet. Het komt helaas neer op het draaien van de kat om de hete brei : een groot percentage van alle wetten is geheel of in gedeelten strijdig met de Grondwet en zou herschreven moeten worden. Vandaar, inclusief de angst verworven posities prijs te moeten geven, die weerzin van successieve regeringen om een Constitutioneel Hof in te voeren. Het is natuurlijk leuk om te zien dat de idee overgenomen wordt, maar gezien de schetsmatige, ondoordachte uitwerking blijven de voorstellen cosmetisch. Zo cosmetisch, dat aan de oprechtheid getwijfeld kan worden.

Laten we principieel zijn, zodat we kunnen kiezen tussen een strikt representatief Koningschap naar Zweeds model, zonder inmenging van de Kroon in alles en nog wat, en een Republiek. Dan kan Willem Alexander zich prepareren op die rol. Wezenlijke interesse voor de historische bouwkunst van het land met een cursus architectuurgeschiedenis zou welkom zijn. Nu krijgt men de indruk dat de Rijksgebouwendienst willoos aan elke burgerlijke (zoals bij de inrichting van de Grote Zaal) of zelfs vandalistische wens (vernieling van de enig overgebleven natuurstenen statietrap van het Stadhuis van Amsterdam en vermoedelijke vernieling van al het beeldhouwwerk aan pilasters, festoenen en frontons van de gevels) tegemoet komt. Indien de Prins niet op zijn minst evenveel belangstelling krijgt als Prins Karel van Engeland voor het gebouwde erfgoed, dan kan hij beter de eerste erfelijke Keizer van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond worden. En dan, burgerlijke rekenaars, zelfs als je de uitgaven voor de representatieve Koning helemaal doorzichtig hebt gemaakt : een Koningschap kost geld. Laat de Koning niet alleen lintjes doorknippen, maar geef hem voldoende financieele armslag voor wat vertoon, wat geld geeft nu eenmaal wat meer allure, accepteer wat nu eenmaal bij een monarchie hoort. Wil hij graag aan het hoofd van een handelsmissie naar het buitenland gaan, oké. Maar zorg er wel voor dat zo een missie representatief is. (Een van de dagbladen meldt dat die handelsmissies tussen de 5 en 6 milliard Euro per jaar opleveren. Het zou leuk zijn indien die meneer die dat beweert zijn cijfers zou tonen en indien de snuggere journalisten zouden uitzoeken wat ’s mans connecties met het bedrijfsleven wel zijn).

Donderdag 17 Juni 2010 – Vervolg

Wanhopige verkiezingen. Moest denken aan mijn waarschuwing aan Wouter Bos voor de Gemeenteraadsverkiezingen : « sluit nu niet meteen Wilders uit, je weet niet of je nog vier of nog acht jaar met hem verder moet ». Realpolitik? Droevig genoeg, maar nu Wouter met ouderschapsverlof is gegaan kunnen de anderen frisch und froehlich manoeuvreren. Er is er al één luidruchtig aan de gang. Maar daarover later, eerst de beloftes van commentaar over de (binnenlands-)politieke partijprogramma’s nakomen. Maar het is niets in vergelijking met mijn hoogst sombere uitsmijter.

Ik zou terugkomen op het gebrek aan samenhang en de innerlijke tegenstrijdigheden van Plasterk’s kunst- en onderwijsparagraaf (nr. 10 van het programma, met de veelbelovende titel Een rijk cultureel leven ). Ik zal nu wat “close reading” toepassen, daar moet zo een intelligente professor als Plasterk wel tegen kunnen. (Wel met mijn cursivereringen, en, tussen haakjes, een enkele snelle interruptie). De eerste zin luidt : “Nederland is als klein land groot in kunst en cultuur.” Heus, het staat er. Niet “een klein land groot in kunst en cultuur” – het “als” relativeert de hele zin van de zin. De tweede zin: “Dutch Design (qu’est-ce que c’est que ça, het poldermodel soms?), mode en moderne architectuur verovereren de wereld.” Bedoelt hij nu het gebouw van de Tweede Kamer? Duidelijk afgekeken van de internationale kapitalistische of neo-liberale bouw in de V.S., gevolgd door Japan en, nu ook, China – door een architectenbureau waarvan maar één vestiging in Nederland ligt, de andere in Zagreb (Croatie) en Shanghai (China). Een bureau dat zo weinig voor milieu en historische erfenis voelt dat het ’t liefst de Domtoren (uit het Westen gezien) zou willen vernederen achter een twee keer zo hoge toren…
    Of het nieuwe gebouw in Amersfoort van de (v.m.) Rijksdienst voor de Monumentenzorg, vlak naast de Koppelpoort, ontworpen door een buitenlandse architect, met aan de kant waar men per trein langskomt een soort leien Zwitsers chaletdak tot op de grond…echt een signaal voor ieder die het goede met het kunstpatrimonium voorheeft.
    Gaan wij verder met het programma. (Op een constructie als “Gaan wij” komen wij terug bij programma van D66). “Onze musea, monumenten (wat er van over is en niet geheel of gedeeltelijk ontsierd door spandoeken inclusief reclames – zie ook het Rijksmuseum), landschap (zelfde opmerking), en molens trekken grote aantallen toeristen naar ons land.” Nou ja, naar ons land, iedereen met een beetje verstand begrijpt toch dat hier niet Belgie of Italie wordt bedoeld, er staat toch al “onze”? Het “onze” ontbreekt helaas bij de volgende zin: “Kunstvormen zoals beeldende kunst, dans, opera en orkesten behoren tot de absolute wereldtop.” Leve de relatieve wereldtop waarop ik mij bevind. Volgt: “Dat biedt geweldige mogelijkheden tot leren en begrijpen, tot verheffen (ha, zo’n term uit de oude SDAP-doos) en ontplooien”. Dan moet men vooral voortdurend op de subsidies beknibbelen of ze geheel afschaffen. Voorts: “Maar ook de cultureel-economische uitstraling is immens”. Er staat niet “de culturele en economische uitstraling”, maar echt: cultureel-economische uitstraling. Zou het Ministerie dat immens hebben gequantificeerd? Ons geheime wapen! Onze economisch-culturele, pardon, cultureel-economische atoombom! Wat een straling! Obama en Ahmadinejad staan er paf van. Dan krijgen we: “We blijven in ons cultuurbeleid tegelijkertijd gaan voor (ze blijven bij een vreemd mengsel van voortrekkers- en kanselarijjargon: ze bedoelen niet dat ze er voor gaan lopen of staan, maar het omgekeerde: dat ze er achter staan. Moeilijk hè!) internationale excellentie en brede toegankelijkheid”. Waarschijnlijk begrijpen de opstellers van het stuk niet dat a) een gewoon mens met “excellentie” al dik tevreden is en dat b) de toevoeging “internationale” de rest van paragraaf relativeert en ontkracht.
   Dat “internationale excellentie en brede toegankelijkheid” een contradictio in terminis is wil er bij de PvdA al in geen tientallen jaren in. Wij hebben een goede vriendin, die een fervent aanhanger van de PvdA is. Wanneer wij opmerken dat het onderwijs sterk is achteruitgegaan, merkt zij op «Maar tegenwoordig is er onderwijs voor iedereen ». Waarop wij tegenwerpen: «Onderwijs voor iedereen komt neer op onderwijs voor niemand ».

De volgende alinea van par. 10 begin met de mooischijnende phrase: “Culturele instellingen, kunstenaars en scholen kunnen door nieuwe vormen van samenwerking (waarom niet gewoon “samenwerking”? maar zie de phrase hieronder over de “inzet”) de qualiteit (sorry, er staat “kwaliteit”) van muziek- en cultuuronderwijs een nieuwe impuls geven.” We comprimeren nu een paar zinnen die elkaar herhalen met de bewering dat van het begin tot eind van het onderwijs, tot aan het eindexamen “kunst en cultuur moeten worden ingezet, waarbij kunstenaars en andere kunstprofessionals (Plasterk zal misschien wel impresario’s, managers en “deskundigen” bedoelen, och arme!) een toongevende rol (het staat er, wellicht wordt er “toonaangevende” bedoeld) kunnen spelen.” Wel, lieve lezers, hebben jullie al iets gehoord over de salarieering van die kunstenaars en de subsidieering van die culturele instellingen? Wanneer hun financieele vergoeding ook maar een fractie moet bedragen van wat “kunstprofessionals”  gewoon zijn te toucheren zal de begroting voor het Ministerie wel verdrievoudigd moeten worden.
    Voor een fractie van dat bedrag kunnen er op de scholen de humaniora – inclusief de logica – (weer) worden ingevoerd. Maar neen, de Minister draait de zaak om “Van culturele instellingen wordt verwacht dat ze actief een eigen publiek zoeken… (hier wordt impliciet toegegeven dat het onderwijs van de PvdA een fiasco is) … instellingen die meer eigen inkomsten verwerven, hebben recht op beloning.” Let wel, de minister heeft het hier ook over de musea, hij vervolgt: “Instellingen zullen verder worden gestimuleerd om eigen inkomsten te verwerven onder andere om vernieuwende cultuur  te presenteren.” (Was dat niet kameraad Stalin’s idee van de rol van de cultuur?).  
    De paragraaf over ons rijke culturele leven wordt besloten met de niets met cultuur, maar alles met onverdraagzaamheid te maken hebbende zin: “Als de Nederlandse taal de komende jaren in de Grondwet wordt opgenomen, dan ook de Friese taal.” De uitvoering van zo een artikel zal wel aan de Taalunie worden overgelaten (die haar sporen al heeft verdiend met de spellinguh-herforminguh) die gemengd Belgisch-, neen, sorry, Vlaams-Hollands-Friese taalpolitie op straat brengt om te horen of iemand niet per ongelukt Turks of Arabisch of, oja, pardon encore, Frans spreekt op straat!
    Ben wel benieuwd ernaar welk opschrift op de passen en identitietsbewijzen voorgeschreven zal worden, het beschaafde Amsterdamse, getekend namens «de Burgemeester van Amsterdam, Job Cohen” – zelfs met fac-simile van zijn handtekening, of het onbehouwen, onbeschaafde, haast debiele Leidse model dat altijd onderschreven wordt (een handtekening is er niet bij) door iemand die “Leiden” heet, terwijl de echte burgemeester van Leiden, ook een PvdA-er, maar van iets ander caliber, “Lenferink” schijnt te heten. Heus, het staat er, op de regel waar “de Burgemeester van Leiden, Henri Lenferink” hoort te staan, vindt men “Burgemeester Leiden”.   

Laten wij (of laat ons) verder gaan met “« Bidden wij », sprak de dominee”, zulks in verband met de eigenaardige kop op pagina 5 van het verkiezingsprogramma van D66 : “Leve de verschillen! Maar geen onrechtvaardige verschillen.”  De arme opstellers van het programma zijn ook al op brede scholen geweest waar slechts een enge kennis van het Nederlands heerst. Laten we er toch op letten, arme samenstellers, dat het meervoud van de aanvoegende wijs op een n eindigt! Vandaar het “bidden wij!” voor de meer religieus georienteerden onder u, terwijl we voor de meer classiek georienteerden een wat moeilijker voorbeeld geven : « eens was Rome groots! Getuigen de ruines ». Het voorbeeld is moeilijker omdat ten eerste alleen de inversie van de woordvolgorde op de aanvoegende wijs duidt (en niet de bevlogen toon van de predikant), en ten tweede omdat het werkwoord “getuigen” te pas en te onpas in het enkelvoud wordt gebruikt, als ware “getuige” een soort voorzetsel. Maar verder: “Mensen zijn niet gelijk, mensen zijn wel gelijkwaardig. D66 houdt van verschillen. (een punt, geen dubbele punt: een beetje syntaxis zou ons paratactische gehijg maar schaden) Verschillen in mensen zorgen voor leven en dynamiek. Mensen groeien van  verschillen.” Zeker, ik ben inmiddels al meer dan twee meter lang.

Wij hadden in een vorige paragraaf, op p. 4, getiteld “Vrijdenkers”, kunnen vinden hoe dat genetisch in elkaar steekt.  Ik citeer de eerste twee alinea’s die volgen onder het kopje “Vrijdenkers” : “D66 heeft zijn missie vernieuwd. Of beter gezegd, hervonden. Wij gaan terug naar onze wortels. Terug naar de basis.” (Toch kennelijk een basis die stevig in de grond is geworteld. Eind eerste alinea, volgt de tweede:)

Vrijzinnigheid is onze inspiratiebron. Democratie zit in onze genen. In de relatie overheid-burger is nog te weinig veranderd. Onderhoud aan de democratie is uitgebleven.”

Jubilate, exsultate!  Met één klap, definitief, heeft D66 (een mutatie van D’66) het oude geschilpunt tussen de invloed van nature en nurture opgelost! : vrijzinnigheid komt uit een bron, ergo nurture, en democratie is niet aangeleerd, maar simpelweg nature !
   Het onderhoud aan de democratie veronderstelt enige eenvoudige gentechniek, die valt natuurlijk onder de technologische vernieuwing waaraan de vorige keer al ons geld (en dat van D66) voor verbetering van het onderwijs heen is gegaan.

Oost-West, thuis best schijnt het naveltuurderig devies van alle partijen te zijn. Oppervlakkig gepraat over globalisering, maar de geo-politieke vraagstukken welker oplossing bepalend is voor de hele eeuw verdwijnen uit het beeld. Nu al met catastrofale gevolgen. Ik bedoel niet de uitslag van de Belgische verkiezingen, die zijn maar een klein symptoom van de verrechtsing en de toenemende xenophobie in heel Europa – ik bedoel de door links en rechts bevorderde afstoting van Turkije, die nu al tot het zo voorspelbare solo-spel van Erdogan leidt.

De leidslieden van de Republiek (die al aan het eind van de 16de eeuw diplomatieke en handelsbetrekkingen met de Porte aanknoopte) zeiden « liever Turks dan Paaps », een nuchter oordeel, waarvan de juistheid zich weer begint op te dringen.

Allereerst het klein-Roomse gescharrel van de heer Maxime Verhagen zonder dat het Parlement hem tot verantwoording roept. Met klein-Rooms bedoel ik het ongeemancipeerde, niet-democratische gemanoeuvreer, gepaard aan haatgevoelens jegens Mohammedanen. Het is het gevolg van eeuwenlang domgehouden zijn door de clerus en onvoorwaardelijk de absolutistische leiding van één man accepteren. Het nog steeds niet kunnen scheiden van Kerk en Staat.
In Europa is het erger geworden door het toelaten van Polen tot de EU. Een stompzinnige angst voor Rusland heeft hier de doorslag gegeven. Americaans drijven is er ook niet vreemd aan, en men weet hoe weinig de Americaanse regeringen geinteresseerd zijn in het democratische gehalte van landen die ze als steun tegen Rusland beschouwen.
Veertig millioen Polen hebben we binnengehaald van wie maar heel weinig Kerk en Staat weten te scheiden. De voormalige communisten hadden eenvoudig de Vaticaanse theocratie door de Sofjet-dictatuur vervangen, zodat ook bij dezen de democratie nog maar zwak is ontwikkeld.

Een mens wordt heel somber van deze ontwikkeling, waarvan ik twee voorbeelden zal geven. Maar het gaat ons allen aan en we kunnen niet net doen alsof we er niets mee te maken hebben, en alsof we er geen enkele invloed op zouden kunnen uitoefenen.

Ten eerste schijnt Verhagen bereid te zijn de moord op bijna 8000 Moslims in Srebrenica en het nog steeds maar niet kunnen vinden van Mladic door de vingers te zien om Servie, een land in vergelijking waarmee Polen nog in democratie excelleert, maar toe te laten tot de Europese Unie.
Hier komt de aap uit de mouw: dit is duidelijk niet tegen Rusland maar tegen Turkije. Is het aantal klein-Roomsen in Europa nog niet groot genoeg, dan maar met de Duivel (Grieks-Orthodoxen) de Beelzebub van de Moslim uitbannen.

Ten tweede is Erdogan zo gedesillusioneerd door de hypocriete afwijzing van Europa, dat hij steeds nauwer de banden aanhaalt met Iran, en nu ook met de andere, Soennitische staten van het Midden-Oosten. Deze week hebben de Iraniers al de Koerden van Noord-Iraq gebombardeerd zonder dat het tot enig protest van Bagdad heeft geleid.

Thomas Friedman, de Pullitzer Price winnaar, die jarenlang in het Midden Oosten heeft gewerkt,  die een column heeft in de “Herald Tribune”, en die vaak de noodzaak van Turkije’s balancerende rol en zijn aansluiting bij de Europese Unie heeft uiteengezet, schrijft deze week (Int. Herald Tribune, 15 June) geschrokken bij een nieuw bezoek aan Istanboel over het thans ontbreken van de balancerende rol – wat hij een vacuum noemt : « (This) vacuum comes courtesy of the European Union. After a decade of telling the Turks that if they wanted E.U. membership they had to reform their laws, economy, minority rights and civilian-military relations – which the Erdogan government systematically did – the E.U. leadership has now said to Turkey: “Oh, you mean nobody told you? We’re a Christian club. No Muslims allowed.” (This) hugely bad move, has been a key factor prompting Turkey to move closer to Iran and the Arab world.»  

Is er geen gebed in de Christelijke kerk dat de Overheid een Wijs Beleid toewenst?

 



Programma van de Sociaal-Liberale Partij


  • Wij streven naar een sociale en liberale maatschappij waarvan de overheid transparant en democratisch is ingericht

  • Wij menen dat de Nieuwe Groezeligheid met het Neo-Liberalisme de solidariteit met zwakke en achtergestelde groepen verwaarloost en de tegenstellingen vergroot in plaats van oplost

  • Met Nieuwe Groezeligheid bedoelen wij de verhullende mentaliteit van de bestuurders en het hele complex van ondoorzichtige en ongecontroleerde, alleen op eigen continuiteit gerichte overheidsmaatregelen dat eruit voortvloeit, zoals afschuiven van de centrale overheid van taken naar lagere overheden zonder delegatie van voldoende geld om die taken goed, democratisch en efficient uit te voeren, of verzelfstandigen of privatiseren zonder voldoende democratische waarborgen

  • Wij willen de positieve historische waarden van de Nederlandse maatschappij bewaren

    • zoals het grote traditionele goed van een ruim asylrecht en religieuze tolerantie, menend dat inburgering en acculturatie noodzakelijk zijn voor sociaal-culturele samenhang

    • zoals het in de loop der eeuwen gevormde groene, landschappelijke en gebouwde milieu als onvervangbare componenten van onze cultuuromgeving

    • zoals goed onderwijs van de basis tot wetenschappelijk en technisch onderzoek, en technische innovatie, waarvoor veel grotere geestelijke inspanning en financiële injecties dan een paar honderd miljoen nodig zijn

    • onderwijs dat zowel cultureel als wetenschappelijk een hoog peil bereikt. Geen verspilling van intellect, noch in de alpha-, noch in de bètavakken, maar brede investeringen in cultuur zowel als technisch-wetenschappelijke innovatie en research.

    • financiering o.a. door geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek

  • Gezien het onvermogen van de vertegenwoordigende lichamen om de culturele en organisatorische neergang waar wij mee te maken hebben onder ogen te zien pleiten wij voor de volgende maatregelen

    • een (naar kennis) geclausuleerd passief kiesrecht voor alle volksvertegenwoordigers

    • herdefiniëring van de taken van Informateur, Commissaris en Burgemeester zodat men deze functionarissen kan kiezen; voor de Tweede Kamerverkiezingen een gemengd direct en districtenstelsel

    • herziening van alle wetten die niet in overeenstemming zijn met de grondwet

    • instelling van een Constitutioneel Hof dat wetten en wetsvoorstellen aan de grondwet toetst

    • vorming van een Provincie Midden-Holland zodat de Randstad efficient en democratisch kan worden bestuurd zonder extra bestuurslaag

  • De Sociaal-Liberale Partij wil werkelijk sociaal voelen, geestelijk liberaal zijn en op economisch gebied ouderwets liberaal: zolang de vrijheid de Gelijkheid en de Broederschap niet onderuit haalt.



Sociaal-Liberaal Manifest
De Sociaal-Liberale Partij streeft naar een cultureel ontwikkeld en sociaal voelend Nederland, dat zo goed mogelijk verankerd is in een Europese Unie die zowel een industriële als financiële gemeenschap is als de grondrechten van de burgers waarborgt, een rechtvaardig sociaal stelsel nastreeft en de culturele diversiteit van de lidstaten eerbiedigt.

De Sociaal-Liberale Partij meent dat Nederland in de Unie niet naar behoren kan functioneren, zelfs het gevaar loopt zijn identiteit te verliezen, wanneer het niet eerst cultureel tot zelfverzekerdheid komt. Zij meent dat het milieu in ruime zin (zowel de natuurlijke omgeving als de door de mens gecreëerde) een van de voornaamste componenten is van onze cultuur. Vandaar haar nadruk op monumentenzorg en natuurbehoud.

De drie idealen van de Franse Revolutie, Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, moeten eindelijk worden gerealiseerd. Alleen dan kunnen de grote dreigende problemen van sociale ongelijkheid, milieuverontreiniging en opwarming, terrorisme en epidemieën nog in deze eeuw worden aangepakt en opgelost. Revoluties hebben meestal desastreuze effecten zoals het verwerpen van nuttige instituties en hoopvolle ontwikkelingen. Wij menen dat er nog tijd is voor evolutionaire ontwikkelingen, hoewel wij erg verontrust zijn over de vergroting van de sociale tegenstellingen de laatste tijd. Na de Tweede Wereldoorlog was er een veel grotere bereidheid om met zijn allen de maatschappij te verbeteren. Wij menen dat Nederland in zijn geringe reflectie op zijn maatschappelijke en culturele ontwikkeling te zwak is voor een verenigd Europa. Een economisch laissez-faire, een afbrokkelend sociaal en ethisch (b.v. de traditionele ruimhartige asylpolitiek) stelsel, een onverschilligheid voor cultuur en milieu (gemaskeerd als „tolerantie” en excessieve nadruk op detailaspecten van cultuur en milieu) leiden niet tot zelfbewustzijn, behagen in eigen cultuur en een behoorlijk vormgegeven land - voorwaarden tot vruchtbaar functioneren in Europa. Kort gezegd: eerst onze eigen tuin aanharken.

Met liberaal bedoelen wij liberaal in de geestelijke, humanistische betekenis, zoals de later deels in de P.v.d.A., deels in de V.V.D. opgegane Vrijzinnig-Democratische Bond het verstond. Nadrukkelijk niet neo-liberaal (zoals een groot deel van D’66 het nu verstaat), maar op economisch terrein beperkt door sociale eisen. Vandaar sociaal als nader definiërend bijwoord bij liberaal in onze naam. Wij menen dat het neo-liberalisme een heilloze weg is die leidt naar opheffing van de verzorgingsstaat en die groezeligheid in het bestuur sanctioneert met steeds meer niet democratische quango’s, zodat de werkelijke macht in de handen van een kleine ongecontroleerde groep terecht komt. Het is een illusie te denken dat de individuen tot materieele en geestelijke ontplooiing kunnen komen zonder bescherming en steun van de Staat; de Staat verliest zijn bestaansrecht wanneer hij niet voor alle burgers gelijkelijk opkomt. Zie toelichting 1.



De Repressieve Tolerantie van Nieuw Rechts: de Nieuwe Groezeligheid

De Sociaal-Liberale Partij meent dat de onrust en de contestaties van de jaren ’70 hebben geleid tot een revolutionaire omwenteling die te ver is doorgeschoten - in haar effect niet „links”, maar rechts-conservatief. Nieuw-Links heeft, zodra het aan de macht was, een politiek van dichttimmeren gevoerd die wel zijn zitten op het pluche bestendigt, maar die bij de burgers tot een gevoel van onmacht leidt, een niet-betrokken zijn bij de regering, gevoelens van apathie die op hun beurt weer tot meer ongecontroleerde macht en willekeur bij het bestuur leiden, terwijl de VVD om nieuw links maar kapitalistisch in te kapselen de ene concessie na de andere op cultureel en liberaal gebied heeft gedaan. Het valt te betreuren dat D’66 ondanks alle mooie woorden van het tegendeel voortdurend hand- en spandiensten aan deze politiek heeft verleend, en tenslotte - door zijn laatste principieele Minister als een baksteen te laten vallen - zijn laatste principes aan het zitten op het pluche heeft opgeofferd. Het sociaal-liberalisme waarvoor D’66 wilde opkomen is gedenatureerd tot neo-liberalisme.



Een Geclausuleerd Kiesrecht; ook voor Burgemeesters, Commissarissen en Kamers

De Sociaal-Liberale Partij is zich pijnlijk bewust van de neergang van het onderwijs waardoor het moeilijker en moeilijker wordt capabele vertegenwoordigers en bestuurders te vinden. Daarom stelt zij een geclausuleerd passief kiesrecht voor. Voor gemeenteraadsleden en wethouders een examen in de plaatselijke geschiedenis (niet alleen politiek maar ook maatschappelijk en cultureel), Nederlands en wiskunde, een examen dat met goed gevolg moet zijn afgelegd voordat men zich candidaat mag stellen. Bovendien verhoging van de leeftijdsgrens tot 24 jaar om te voorkomen dat studenten met alleen maar belangstelling in de Haagse politiek of mensen zonder enige maatschappelijke ervaring raadslid worden. Voor leden van de Provinciale Staten en de Volksvertegenwoordiging vergelijkbare examens. De Sociaal-Liberale Partij is voor gekozen Burgemeesters, maar wel indien de candidaten een additioneel examen bestuurskunde hebben afgelegd en indien eerst het ambt beter wordt afgebakend. Voor de Commissarissen des Konings vergelijkbare verkiezingen en goede definitie van het ambt. Wanneer het onderwijs weer tot voldoende cognitieve en culturele kennis leidt, kunnen de examens voor de volksvertegenwoordigers worden vervangen door het met goed gevolg afgelegd hebben van de normale middelbare schoolexamens.

Verder staat de Sociaal-Liberale Partij voor de Volksvertegenwoordiging een kiesstelsel voor dat zoveel mogelijk de voordelen van een districtenstelsel met dat van algemene vertegenwoordiging verenigt. Het districtenstelsel geeft een directe band met de vertegenwoordiger, algemene vertegenwoordiging zorgt ervoor dat de kleine partijen ook aan bod komen. Wij zijn erg verontrust over ideeën om de grote partijen te bevoordelen en de voorkeur voor een tweepartijensysteem. Zowel Engeland als de Verenigde Staten zijn in dit opzicht afschrikwekkende voorbeelden. Zie toelichting 5.



Informateur, Referendum & Eerste Kamer

De Sociaal-Liberale Partij is voor een voor telkens vier jaar gekozen informateur. Deze termijn wordt met ten hoogste twee jaar verlengd indien er binnen die tijd landelijke verkiezingen zullen worden gehouden. De informateur treedt op bij kabinetsformaties en desgevraagd bij constitutioneel moeilijke toestanden. Zo dient de informateur advies te geven bij het houden van referenda. De Sociaal-Liberale Partij is hoe dan ook niet gecharmeerd van referenda, zij meent dat op alle niveaux referenda slechts een ultieme volksraadpleging kunnen zijn bij plotseling optredende, onvoorziene situaties die zich bovendien moeten lenen voor een heldere vraagstelling. (In Zwitserland heeft het referendum gewenste ontwikkelingen geblokkeerd, zoals het vrouwenkiesrecht).
De Sociaal-Liberale Partij meent dat de Eerste Kamer direct gekozen moet worden volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging en dat haar functie om wetten algemeen en niet op politieke opportuniteit te toetsen moet worden versterkt. Indien dat niet lukt kan ze beter worden afgeschaft.



Nieuwe Wetten en Vernieuwing van Rechterlijke Instanties

De Sociaal-Liberale Partij meent dat de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) als een van de belangrijkste „dichttimmerende” wetten die de regenteske maatregelen van de zittende bestuurders sanctioneren zo spoedig mogelijk vervangen dient te worden door een wet die geen kans biedt op slechts „marginale toetsing” van overheidsmaatregelen. Per wet dient nagegaan te worden of individuele burgers die door de uitvoering benadeeld zouden kunnen worden in hun redelijke en grondwettelijke belangen een reële mogelijkheid tot beroep hebben.
De Sociaal-Liberale Partij acht het hoe dan ook dringend gewenst dat er een Constitutioneel Hof komt dat de wetgeving toetst. De Sociaal-Liberale Partij meent dat de Raad van State moet worden gesplitst in twee streng gescheiden colleges met verschillende naam, één voor advies en één voor rechtspraak. De Sociaal-Liberale Partij vindt dat de rechtsgang in het Strafrecht drastisch verbeterd dient te worden. Zie toelichting 9.



Goed Onderwijs

Het gaat erom de qualiteit van het bestaan en het milieu te kunnen verbeteren. De P.v.d.A., die als eerste oog zou moeten hebben voor het goede bestaan is steeds door veel van alles gebiologeerd geweest, zonder op de qualiteit te letten. Onderwijs voor iedereen is prachtig, maar onderwijs zonder enig niveau en zonder enige cognitieve eisen brengt alleen mensen voort die willige speelballen zijn van een consumptiemaatschappij. Onkunde van de geschiedenis leidt tot vervreemding van de eigen nationaliteit en ondermijnt de eigen identiteit. Wanneer de kennis van vreemde talen beperkt wordt tot die van een soort Mid-Atlantic vraagt men zich af hoe Nederland in een verenigd Europa, waarin we niet alleen van Engeland maar ook van Frankrijk en Duitsland afhankelijk zijn, zijn culturele en zijn handelsbelangen kan verdedigen.
Cultuur en goed onderwijs zijn verenigende factoren die het gevoel van welzijn in de mensen verhogen. Indien men meent dat men cultureel voor een dubbeltje op de eerste rij kan zitten heeft men het mis, bij een bloeiende cultuur met een minimaal cement van een gematigd nationalisme hoort een zekere mate van ontwikkeling, die niet zonder investeringen valt te bereiken. De Sociaal-Liberale Partij is voor meer subsidies voor kunst en onderwijs, allereerst voor verbetering van het onderwijs voor onderwijzers (de Pabo’s). Het Ministerie van Onderwijs kan hierbij worden gemist als kiespijn. Zie toelichting 10.



Incompetente Provincies op de Schop

Zo nodig moet men niet terugschrikken voor radicaal andere Provinciale indelingen. Wat voor het Ministerie van Onderwijs geldt (uithuilen en opnieuw beginnen), geldt al evenzeer voor de Provincie Zuid-Holland. Wij signaleren ernstige planologische miskleunen op het gebied van (hoogbouw) en landinrichting, monumentenzorg en vervoer, die alle het milieu aantasten en het reizen juist voor de minstverdienenden minder comfortabel en bovendien tijdrovender maken. De Sociaal-Liberale Partij is tegen extra bestuurslagen die alleen maar de Nieuwe Groezeligheid in de hand werken. In het geval van Zuid-Holland lijkt ons een gunstige ontwikkeling mogelijk bij gewijzigde provinciale indeling, hoezeer ons het verloren gaan van de eeuwenoude historische grenzen ter harte gaat. Maar de a-historische losweking van Woerden en Oudewater van Holland en toevoeging aan Utrecht wordt erdoor (als kleine compensatie) ongedaan gemaakt. Wij stellen voor een grote Provincie Midden-Holland te vormen, bestaande uit Utrecht en de dichtst bij het Groene Hart van Holland (dat nationale bescherming verdient) liggende gedeelten van Noord- en Zuid-Holland, zodat de volgende Provincies ontstaan: Noord-Holland met Haarlem als hoofdstad, Midden-Holland met de diensten gevestigd in Utrecht en Woerden en met als voornaamste steden Utrecht, Amersfoort, Amsterdam, Leiden, ’s-Gravenhage, Delft en Rotterdam, en Zuid-Holland met Dordrecht als hoofdstad. De Staten dienen uit honderd direct gekozenen te bestaan, ook de Commissaris wordt gekozen.
Een dergelijke oplossing valt eveneens te overwegen voor het Noorden indien een grote meerderheid van de inwoners ervoor zou zijn. Ons inziens is één sterke provincie met meer eigen taken te verkiezen boven drie sterkere provincies of de extra bestuurslaag van een superprovincie tussen Rijk en bestaande provincies. De Sociaal-Liberale Partij meent dat decentralisatie van „loketfuncties” in grote gemeentes de voorkeur verdient boven deelraden waarvoor het moeilijk is capabele bestuurders, ambtenaren en volksvertegenwoordigers te vinden, en die als een extra bestuurslaag de groezeligheid van de Overheid versterken.



Solidariteit met de Zwakke Groepen

De Sociaal-Liberale Partij komt op voor alle groepen die sociaal-economisch of cultureel achtergesteld worden. Bij de ouderen kunnen we een goede physieke verzorging noemen, maar ook de culturele en financieele verzorging dient bij te blijven. Zo dient bekeken te worden of zij die hun pensioen geheel of gedeeltelijk voor de invoering van de Euro hebben opgebouwd compensatie dienen te krijgen voor de ongunstige wisselkoers van de Gulden staat tot Mark bij de invoering van de Euro. Soortgelijke overwegingen voor AOW-trekkers. Regulerende overheidsmaatregelen om te voorkomen dat bedrijfspensioenen bij de inflatie achterraken. Het permissieve onderwijs in het Nederlands („alles wat gesproken wordt is toch Nederlands” ) gaat niet alleen ten koste van het helder definieeren en de band met de oudere literatuur, het bevordert ook een aan de Nieuwe Groezeligheid gerelateerd taalgebruik, een afschuwelijke wegwerptaaltje, dat generatievervreemding in de hand werkt.



Het Openbaar Vervoer en het Milieu van de Gebouwde Omgeving - Inrichting van het Land

De Sociaal-Liberale Partij meent dat het geen enkele zin heeft milieuproblemen geisoleerd aan te pakken. De gebouwde omgeving met al haar bewuste en onbewuste invloed op het welbehagen van de mens is van even groot belang als de luchtverontreiniging. Wanneer we eindelijk gezonde lucht hebben en een atmosfeer zonder broeikaseffect, maar wanneer Holland inmiddels volstaat met hoogbouw hebben we ons lichamelijk heil voor ons geestelijke ingewisseld.

De Sociaal-Liberale Partij beschouwt een welgebouwde omgeving als een van de voornaamste factoren die het prettig leven mogelijk maken en die bovendien, vooral in de historische bouw, het gevoel van identiteit en samenhorigheid versterken. Zij meent dat monumentenzorg, stedebouw en planologie onderwerpen van nationale discussie horen te zijn.

Daarom hier een enkel onderwerp van de inrichting van het land. Vergaande, onomkeerbare veranderingen in Zuid- en Noord-Holland zijn de voorgestelde Rijn-Gouwelijn, die de rendabele spoorlijn Leiden-Alphen zal doen verdwijnen en vervangen door een duurdere, minder comfortabele en twee keer zo lang durende tramreis die bovendien gevaarlijk door het centrum van Leiden moet lopen en waarvoor, om de exploitatie nog enigszins lonend te maken, 15.000 à 20.000 woningen gebouwd zouden moeten worden dwars op het tracé van de hogesnelheidslijn die juist daar, om de natuur te sparen, ondergronds wordt aangelegd. De Sociaal-Liberale Partij streeft naar verbetering van de bestaande lijn Leiden Centraal - Alphen - Woerden, die des te belangrijker wordt in het licht van haar voorstel voor een nieuwe Provincie met de diensten in Utrecht en Woerden. Een ander voorbeeld is de „oude lijn” van Amsterdam via Haarlem en Den Haag naar Rotterdam. Op het ogenblik voert die lijn langs een aantal prachtige natuurgebieden en enkele schitterende stadsgezichten. Een voorstel om die lijn te verdubbelen en het publiek dan als mollen met vier sporen ondergronds door Delft te voeren schijnt iedereen normaal te vinden, nog afgezien van het economisch nut of de noodzaak. Bij de toelichtingen meer; hier alleen de verband houdende vraag waarom de „shuttle” van Den Haag naar de T.G.V. zijn eindpunt niet in Haarlem kan krijgen zodat reizigers van Haarlem en Leiden naar Parijs en Londen een keer minder hoeven over te stappen en zo wel een half uur winnen. Dit geldt natuurlijk ook voor de verbinding met de Belgische universiteitssteden zoals Brussel, Leuven en Gent. Natuurlijk dient Den Haag voor zijn belangen op te komen, maar de Minister dient het landsbelang in de gaten te houden, zeker bij een zaak met zo grote effecten bij zo minimale investeringen.
Wij menen dat een snelle verbinding naar het Noorden met „gewoon” snel spoorwegmaterieel (zoals b.v. op de T.G.V.) wegens de gemakkelijkere aansluitingen en doortrekkingen de voorkeur verdient boven b.v. een magneettrein.

De Sociaal-Liberale Partij meent dat er nog veel verbeterd kan worden aan de veiligheid en het gemak van voetgangers en fietsers in de steden. Te noemen vallen aparte fietsroutes, meer en betere stallingen, gemakkelijker fietsvervoer per trein, alsook terughoudend autoverkeer, waarbij gedacht kan worden aan het terugdringen van zwaar verkeer en terreinwagens in de binnensteden en ook aan een op de Nederlandse binnensteden gericht onderzoek of het voeren van stadslichten overdag de veiligheid van de zwakste verkeersdeelnemers wel bevordert.
Zie toelichting 15.



Sociaal, Liberaal of Neo-Liberaal

Vrijheid moet niet alleen worden gedefinieerd als beperkt door de maximaal mogelijke vrijheid van de medemens, maar ook als het vermogen financieel deel te nemen aan de voornaamste voordelen van de moderne samenleving. Vrijheid om voldoende te reizen, deel te nemen aan onderwijs, culturele voorzieningen en communicatietechnieken, voldoende vrijheid van keuze van geneesmiddelen, van artsen, apothekers, zorg en verzekering. Juist in een dichtbevolkt land als Nederland en door de toenemende beperkingingen van internationale verbanden en globalisering, moet gestreefd worden naar een maximum aan vrijheid waar het nog maar mogelijk is.

De Sociaal-Liberale Partij maakt geen keuze tussen socialistische en kapitalistische stelsels (die ze beide achterhaald vindt), maar is b.v. tegen een „flat-tax”, tegen zolang niet iedereen evenveel verdient, zolang de grote sociale verschillen niet uit de weg zijn geruimd en zo lang niet onderwijs en cultuur financieel voldoende worden gesteund. Juist wanneer er meer geld dan ooit is in het land wil de regering het principe dat wie meer kan betalen meer betaalt prijsgeven voor indirecte belastingen die altijd in het nadeel van de zwakkere groepen uitvallen. Hiermee wordt een ongunstige spiraal in beweging gezet van rijkeren die steeds rijker worden en armeren die steeds minder toegang tot cultuur en onderwijs krijgen, daardoor nog armer worden, enz. Tegengaan van deze tendentie en compensatie voor verminderde gemeente-inkomsten bij afschaffing van de onroerende-zaakbelasting kan worden gevonden in voorlopige handhaving van progressie in de inkomstenbelasting en gefaseerde afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.

Nederland moet groots zijn waar een klein land groots kan zijn: in zijn cultuur, in een grootmoedig asylbeleid, in steun aan internationale verdragen ter vermijding van conflicten en milieuvervuiling, in steun aan de grondrechten en hulp aan vluchtelingen in Europees verband en in de Verenigde Naties. De beperkingen van de vrijheid volgend uit globalisering en het leven met velen in een klein land dienen gecompenseerd te worden door terughoudendheid van de staat waar mogelijk. Handel in harddrugs dient hard aangepakt te worden. Softdrugs dienen te worden gelegaliseerd - zeker zolang uitlaatgassen van auto’s schadelijker zijn voor het milieu als geheel. Aan de andere kant dient lawaaioverlast in een klein land streng te worden aangepakt. Leren te genieten van grote openbare ruimten zoals weilanden, watervlakten, stadspleinen, geeft een groter gevoel van vrijheid en welbehagen, aanmoedigen dus.

Wel regulerend optreden waar absolute vrijheid van sommigen de sociaal-culturele cohesie aantast die het onafhankelijk functioneren van de staat als culturele identiteit moet waarborgen. Dus wel bemoeienis met milieu en andere zaken van nationale planning.

Bij de cultuur en het milieu hoort allereerst het „gebouwde milieu”, de architectuur. Het is haast onvoorstelbaar dat er geen nationaal debat is over een waardige ingang van het Rijksmuseum. De pers heeft slechts belangstelling voor protesten van actiecomité’s - maar vindt het niet de moeite waard de mérites van de voorgestelde ingang, die zowel het Rijksmuseum als de architectuur van Cuypers onwaardig is, te onderzoeken. De Staat dient terughoudend op te treden bij privérelaties, indien ontbinding van deze relaties geen effect hebben op kinderen (of geadopteerde kinderen) dient de Staat geen belemmeringen in de weg te leggen.



Inburgering en gelijkheid

Er dient een openbaar debat te komen over inburgering en assimilatie. Allereerst moet duidelijk worden wat precies het verschil is tussen de twee om te weten wat we nu eigenlijk willen. Indien we hier over acculturatie-problemen praten is het omdat we menen dat uit het debat naar voren zal komen dat inburgering zonder een zekere mate van assimilatie niet wel mogelijk is. Is onze eigen cultuur zo verfijnd, verheven en zelfbewust dat we acculturatie gerust aan haar uitstraling kunnen overlaten? Of hapert er soms iets? Toch zal men van iedereen die goed wil functioneren in de Nederlandse maatschappij vaardigheden zowel in zijn vak als in het Nederlands moeten eisen voor ingepast begrip van zijn vak, samenwerking met collega’s en contact met het publiek. Zie toelichting 10.



De Sociaal-Liberale Partij en Europa

De Sociaal-Liberale Partij definieert het doel in haar statuten als volgt: op legitieme, vredelievende en seculiere wijze te komen tot een transparante, democratische en sociale inrichting van de Nederlandse Staat met inbegrip van al zijn bestuurslagen,

te komen tot actieve participatie van Nederland aan de Europese Unie met versterking van het Europese Parlement om in alle aan de Unie deelnemende landen de hier genoemde transparante, democratische en sociale bestuursinrichting te handhaven, en

ten derde streeft de partij naar actieve deelneming van Nederland aan alle internationale politieke en hulpverlenende organisaties die ongelijkheid en achterstand proberen te verminderen en die conflicten, terrorisme, honger, ziekten en epidemieën, milieuvervuiling en sociale ongelijkheid willen voorkomen. Zie toelichting 8.