Sociaal-Liberaal Manifest - Toelichting 10

Goed Onderwijs

Zaken als inburgeringscursussen zouden bij een cultuur die voldoende uitstraling heeft achterwege kunnen blijven. „Inburgering” tot en met assimilatie heeft altijd zonder verplichte inburgeringscursussen plaatsgevonden. Indien men geen complete assimilatie verwacht of wil verwachten dient men toch de uitstraling van de eigen cultuur zo aantrekkelijk te maken dat op zijn minst acculturatie plaatsvindt.
Men zal toch eerst het onderwijs op een zeker peil moeten brengen voordat men aan inburgeringscursussen kan beginnen. Terwijl het onderwijs in goed Nederlands wat grammatica, idioom, uitspraak, enz. verwaarloosd wordt treft het exorbitante belang dat men aan de spellingsquaestie hecht - een groene-boekjes idolatrie zoals men in Mao’s China een rode-boekjes idolatrie had - een afleidingsmanoeuvre soms? Zouden de uitgevers van dure schoolboeken en de ontwerpers van „textcorrectors” er iets mee te maken hebben? Het treft bijvoorbeeld dat de spellingscommissie schermt met termen als „wetenschappelijke spelling” terwijl ze heeft nagelaten te definieeren wat dan wel „wetenschappelijk” in dit verband betekent of kan betekenen en of zulk een spelling dan wel gewenst is. Aan de andere kant treft haar volkomen negeren van het historische beeld, oor noch oog hebben voor de uitspraak, al helemaal niet voor euphonie: zo geeft ze harde, bonkende samenstellingen gemotiveerd met overwegingen die nooit eerder onderwerp van spellingstheorie zijn geweest, etc.
Wanneer de onkunde van de wiskunde zo groot is dat er afhankelijkheid optreedt van de arbitraire bedieningssystemen van computers, zodat alleen een gezeggelijk paarse-boordenproletariaat wordt opgeleid, vraagt men zich af waarom het wiskundeonderwijs aan de Pabo’s beknot moet worden

Nu al is het zo ver dat volksvertegenwoordigers beweringen geloven die kant noch wal raken omdat zij de elementaire wiskundige (en daardoor statistische) begrippen ontberen om de implicaties ervan te doorgronden. Een tekenend voorbeeld is de algemeen aangehaalde bewering „de Nederlandse wiskunde-studenten behoren tot de beste ter wereld”. Dat zal wel zo zijn - er kan bij worden opgemerkt dat zo iets een kouwe kunst is indien het land slechts drie (of pakweg: vijf) wiskunde-studenten heeft.

Nogmaals, wanneer het onderwijs weer tot voldoende cognitieve en culturele kennis leidt, kunnen ook de examens voor de volksvertegenwoordigers worden vervangen door het met goed gevolg afgelegd hebben van de normale middelbare schoolexamens.

Indien men de Universiteiten toestaat opleidingen voor Imans op te richten wekt men de schijn van staatsbemoeienis met de vrijheid van godsdienst, indien men hiermee terugkomt (niet voor de eerste keer) op de principes van de Franse Revolutie van 1789 en de Bataafse Omwenteling van 1795, misschien genoodzaakt door acculturatie-problemen, dient men eveneens gecontroleerde opleidingen voor andersgezinde godsdienstleraren in te stellen. Het valt te verkiezen ervoor te waken dat vertalingen van de Koran niet in fundamentalistische handen vallen zoals helaas met Kramers’ vertaling is gebeurd. Misschien dient het hier tot een „Statenvertaling” te komen.

Zie vervolg toelichting 10.