Sociaal-Liberaal Manifest - Toelichting 15

Het Openbaar Vervoer en het Milieu van de Gebouwde Omgeving - Inrichting van het Land

Bij comfort van de treinen valt te denken aan het aantal en de aard van de zitplaatsen, het uitzicht en de verlichting, toiletten, ook prettige zitplaatsen, geen legpuzzlegewijs stouwen van passagiers, geen het uitzicht benemende pseudo-graffiti of het beeld vertekenende bochten in de ramen. Prettige toegangen tot de perrons, voldoende fietsenstallingen met voldoende plaats voor elke fiets, logische loket- en automaatfuncties, b.v. strippenkaarten op dezelfde plaats, enz. Ook geen andere claustrophobie opwekkende zaken zoals (onnodige) tunnels, zwakke verlichting, geen vrijheidsberoving wanneer een trein lang moet stil staan, enz, enz.

Velen zijn aangewezen op het openbare vervoer, de Sociaal-Liberale Partij meent dat het comfort en de veiligheid van de spoorwegen moet worden vergroot. Indien het noodzakelijk blijkt te zijn de spoorwegen weer te nationaliseren moet dat zo snel mogelijk worden gedaan.

Over bundeling van sporen, vooral in tunnels: bij calamiteiten, zoals terroristische aanslagen, is het verstandig minder sporen te hebben gebundeld.

Het is een ramp van nationale orde dat de Provincie Zuid-Holland grossiert in de aanleg van ondoordachte semi-spoorlijnen. De Rijn-Gouwelijn is zo een voorbeeld (een overbodige Noordwest-Zuidoost verbinding die de door de Landsregering voorgestelde verbetering van de Oost-West verbindingen onderuit haalt); een ander voorbeeld van geldverspilling en kapitaalsvernietiging is de wijziging van de Hofspoorlijn in een soort metro. Het eerste gedeelte, van Rotterdam-Centraal naar Hillegersberg, Schiebroek en Pijnacker moet b.v. een langer en ondergronds traject in Rotterdam krijgen: weer die afstompende ervaring om als mollen onder de grond te worden getransporteerd in minder comfortabele rijtuigen, terwijl voor een fractie van de investering een (bovengronds, overdekt) rollend perron de stations Rotterdam-Centraal en Rotterdam-Hofplein zou kunnen verbinden.

Leren zich goed te bewegen geeft een groter gevoel van vrijheid, het schept de mogelijk de openbare ruimte efficienter te benutten door pleinen te gebruiken waar ze in de eerste plaats voor bestemd zijn: genieten van de ruimte terwijl men zich bewust is van zijn relatie tot de stad. Eurhythmiek of goede bewegingsleer bij het gymnastiek-onderwijs op de scholen valt sterk aan te raden - zo kan men leren als een zelfbewust mens over een plein te schrijden - weg met de PleinVrees!In het geval van de stad Groningen dient men zich af te vragen of verkleining van de Grote Markt wel gewenst is zonder terugkeer tot de kleinschalige bebouwing die er eertijds was. Men zou een aantal panden kunen herbouwen, bijvoorbeeld het Huis Panser, waarvan de gevel nu voor aap aan de vierde kant van het Goudkantoor in de lucht hangt. De verkleining van de hal van Den Haag-Centraal kan worden gesignaleerd als een verdere vernauwing van het al zo dichte West-Nederland.
De openheid en grootsheid van het midden Hollandse weidelandschap dienen niet te worden aangetast door wat een kamerlid „parkjes” noemt: verkokering is er al alom! We hebben de miezerige kleinschaligheid van de „parkjes” tussen Delft en Schiedam genoemd, er ligt ook een voorstel van de Provincie om het overblijvende open weidelandschap van de polder tussen Zoetermeer en de Vinexwijk bij Voorburg met boompjes vol te zetten. Waarom niet alleen langs de rand? De idee zal toch wel zijn om het Vinexwijkje niet meer in het zicht te hebben?...

Bij de cultuur en het milieu hoort allereerst het „gebouwde milieu”, de architectuur. Het is haast onvoorstelbaar dat er geen nationaal debat is over een waardige ingang van het Rijksmuseum. De pers heeft slechts belangstelling voor de - begrijpelijke en gerechtvaardigde protesten van actiecomité’s zoals b.v. die van de Fietsersbond en anderen - maar vindt het niet de moeite waard de mérites van de voorgestelde ingang, die zowel het Rijksmuseum als de architectuur van Cuypers onwaardig is, te onderzoeken - verder de argumenten van de Rijksmuseumlobby overschrijvend. Ze vindt het niet de moeite waard een zeer waardig en goed uitvoerbaar alternatief, dat aan de bezwaren van alle partijen tegemoet komt, zelfs maar te publiceren - terwijl ze de Rijksmuseumlobby ruim aan het woord laat. Deze zelfcensuur is een testimonium paupertatis voor de pers. Wie een schets van dit alternatief van een derde protestant wil zien neme contact op met de Sociaal-Liberale Partij. De essentie is dat de bestaande onderdoorgang een luifel krijgt in de geest van de bestaande ingangsluifels en gereserveerd wordt voor hoofdingangen en voetgangersdoorgang, terwijl de fietsers wat omlaag gaan en hun eigen onderdoorgang onder de bestaande krijgen, terwijl onder dit alles de beide binnenhoven van het Rijksmuseum met elkaar in verbinding worden gebracht. A propos het architectenvak: het zou overweging verdiening in plaats van wettelijke bescherming van de architectentitel een beroepseed in te stellen, laten we zeggen de „Eed van Vitruvius” - naar een Romeinse auteur over bouwen en architectuur - en kort en krachtig: „Ik besef terdege dat ik met het geld van mijn opdrachtgever aan de weg timmer”.

Zie vervolg toelichting 15.